Dag Martine hoe ben je in Linkebeek terechtgekomen?
We zijn verhuisd naar Linkebeek in de jaren 60 vanuit Ukkel. We woonden daar dicht bij een drukke baan en één van mijn broers kon het lawaai van de ziekenwagens niet verdragen. Hij schuilde bij het lawaai steeds in de kelder. De keuze voor Linkebeek is er gekomen omdat mijn grootouders er al woonden. We zijn dan met ons gezin van 7 verhuisd naar een groot huis in de gemeente.
Hoe was het toen in Linkebeek?
We kwamen vanuit een stad en kwamen terecht in een heel andere wereld. Linkebeek was toen echt nog het platteland. Er waren veel weiden, weinig infrastructuur en vooral veel cafés. Hoe klein het dorp ook was, er waren 7 à 8 cafés. Linkebeek was toen ook gekend voor haar boterhammen met plattekaas, radijzen en ajuintjes. De mensen kwamen in het weekend af om dit te bestellen. In het begin hebben we ons moeten aanpassen aan het rustiger leven, maar nadien waren we heel tevreden. We wandelden heel veel en namen de trein naar de stad of andere plekken. Linkebeek was heel goed gelegen om uitstappen te doen: het platteland, maar dicht bij de stad.
Hoe was het om daar op te groeien?
Het was echt een fijne tijd. We zijn getuige geweest van de ontwikkeling van Linkebeek. Er werd een jeugdhuis opgericht. De scouts zijn gestart in de kelder van mijn ouders. Mijn moeder zat mee in het schepencollege. Zij wilden meer doen voor de jeugd. Er was oorspronkelijk enkel een voetbalveld en de Chiro, vandaar. De Chiro was ook Nederlandstalig.
Linkebeek heeft heel wat spanningen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen gekend. Heb jij dat ook ervaren?
Als kind waren we niet echt bewust van die spanningen. De oorspronkelijke bewoners van Linkebeek stonden niet te springen om de Franstaligen te verwelkomen, maar dat is te begrijpen. Of je nu in Wallonië of Vlaanderen woonde: als je stedelingen zag toekomen met een andere mentaliteit en taal, dan ga je daar niet direct positief op reageren. De stedelingen hadden soms ook bepaalde eisen die niet OK waren. Ze wilden bijvoorbeeld geen kippen of haan in de buurt voor het lawaai.
Is Linkebeek veel veranderd ten opzichte van vroeger?
Ja toch wel he. Vroeger waren er amper auto’s in de gemeente. Een huishouden had er maximum één. Nu is er heel veel verkeer. Je kan ook zeggen dat Linkebeek een slaapstad/gemeente is geworden. Ouders werken allebei in een andere gemeente of stad, wat maakt dat de huizen overdag leeg zijn. De wijken ‘leven’ enkel ’s avonds. Vroeger waren de moeders thuis. Er was veel sociaal contact tussen de buren. De mensen kenden elkaar en de kinderen speelden met elkaar op straat. Die gezelligheid en vriendschap tussen buren is nu wat verloren en dat is jammer.
Je woont in het woonerf Rogier Thiéry. Hoe zit het daar met de sociale contacten tussen de buren?
De grondeigenaar van dit terrein, mevrouw Hess-de-Lilez, heeft de grond geschonken met als voorwaarde dat het voor sociale woningbouw zou gebruikt worden. Het idee erachter was dat senioren, maar ook jongeren samen in één woonerf zouden wonen om zo intergenerationele banden te leggen. Laten we zeggen dat het gemakkelijker gezegd was dan gedaan. Bepaalde ouderen konden niet met het lawaai van de omwonende kinderen om. Dat heeft in het verleden voor veel spanningen gezorgd. Gelukkig is het nu beter. De buren komen met elkaar overeen, maar iedereen houdt een zekere afstand. We helpen elkaar als nodig en zeggen goeiendag, maar daar blijft het bij.
De Warmste Week (actie van de VRT) heeft dit jaar als thema ‘eenzaamheid’. Is dat iets waar je zelf last van hebt?
Niet echt. Het is een kwestie van mentaliteit. Ik ben opgegroeid met het idee: ofwel laat je de schouders hangen ofwel neem je de zaken in handen. Het heeft geen zin om medelijden te hebben met jezelf omdat je je bijvoorbeeld bepaalde uitjes niet kan veroorloven. Wat natuurlijk ook helpt is dat ik graag op mijn eigen ben. Ik heb geen schrik om eenzaam te zijn!
En wat doe je dan allemaal om bezig te zijn?
Ik verveel me niet. Ik help mijn zus en dochter bij het tuinieren. Ik lees graag, ik pas regelmatig op de honden van vrienden en familie. Ik wandel graag. Soms doe ik mijn “nostalgie wandelingen” zoals ik ze noem. Ik heb op verschillende plekken in Ukkel en Linkebeek gewoond en dan wandel ik graag doorheen mijn vroegere wijken. Vroeger heb ik ook veel vrijwilligerswerk gedaan. Nu is dat wat minder. Wat ik nog doe is tijdens de eindejaarsperiode helpen bij de vzw Le Silex. Dat is een vzw voor personen met een handicap. Ik help dan bijvoorbeeld met de verkoop van kerstbomen. Hiermee verzamelen ze geld om de activiteiten doorheen het jaar te kunnen bekostigen.