Wie Elodie voor het eerst ontmoet, ziet een vriendelijke en vastberaden vrouw. Ze heeft een zorgzaam karakter en kijkt met een positieve blik naar het leven: “Ik probeer altijd het goede in anderen te zien en niet te oordelen.” Die levenshouding heeft haar geholpen om tegenslagen te doorstaan en om te buigen tot iets moois.
Dag Elodie, vertel, hoe ben je bij Woonpunt beginnen huren?
Dat was in een moeilijke periode voor ons gezin. We moesten verhuizen uit ons huurhuis omdat die ging verkocht worden. Ondertussen hadden we financiële problemen omdat mijn man als zelfstandige failliet was verklaard. Dat bracht enorme schulden met zich mee. En in die tijd heb ik ook mijn zoon Florian gekregen die het syndroom van Down had. Gelukkig hebben we vrij snel een woning kunnen krijgen, maar het was niet gemakkelijk om de huur te betalen.
Niet iedereen spreekt zo open over zijn geldzorgen. Hoe zijn jullie daarmee omgegaan?
Mensen begrijpen het niet altijd, maar je durft gewoon de post niet open te doen. Je verstijft als het ware als je een brief van de gerechtsdeurwaarder krijgt. Ik vond het moeilijk om mijn verhaal te doen tegen Woonpunt. Ik kreeg vaak het gevoel dat het onze schuld was. En ik weet dat we sneller moesten handelen, maar op zo’n moment gaat dat niet. Onze maatschappij is ook een deel van het probleem. Je krijgt van alle kanten te horen dat alles te koop is, als het maar op afbetaling verloopt, maar zo werkt het niet. We hebben nu geleerd uit onze schulden en zijn na meer dan 15 jaar, schuldenvrij. Ik wil dat de mensen weten dat het goed kan komen. Alleen is er wellicht wat meer preventie nodig. Niet iedereen heeft meegekregen hoe je met geld moet omgaan.
Recent had je weer tegenslag op werkgebied?
In 2019 werkte ik in een school als gespecialiseerd opvoedster. Ik werkte met kinderen en ik vond dat zo leuk. Ik moest stoppen vanwege gezondheidsproblemen en dat was heel moeilijk voor mij. Ik had al bijna heel mijn leven gewerkt. Ik heb geprobeerd om in het begin deeltijds te werken, maar het ging echt niet. Ik kan soms een uurtje werken en moet nadien 6 uur rusten, want ik ben helemaal op.
Je ziekte is niet “zichtbaar” voor de buitenwereld, is dat soms lastig?
Het is moeilijk omdat sommige mensen het niet begrijpen. Als je zegt dat je iets niet kan doen, dan vragen ze zich af waarom, want ik zie er “goed” uit. Dat gebeurt soms ook nog bij mijn familie.
Ik wil ook niet aan iedereen vertellen dat ik ziek ben. Het is jouw recht om dat voor jou te houden.
Hoe heb je je leven een andere draai kunnen geven?
Covid is er gekomen kort nadat ik moest stoppen met werken. Voor mij was dat een periode van rust en bezinning. Een vriendin kwam toen ook met het idee om deel te nemen aan een schrijverscollectief rond Congolese literatuur. Ik heb altijd graag gelezen en geschreven, dus heb meteen ja gezegd. Nu zijn we een vzw aan het oprichten: Bookutani. We hebben al enkele evenementen gedaan. Bijvoorbeeld in het Afrikaanse museum van Tervuren, daar zijn we heel fier op.
Dankzij Bookutani heb ik ook de moed gevonden om mijn eigen boeken uit te geven. Ik dacht: nu is het tijd dat ik mijn eigen woorden naar buiten breng.
Welke boeken heb je uitgebracht?
Ik heb 2 boeken uitgebracht: Ngalaka, la belgicaine en Ma vie entre (vos parenthèses). Het eerste boek is een verzameling van gedichten, opgedeeld in 8 thema’s. Ik spreek over Kinshasa, mijn ervaring in België, over Covid, mezelf,… Mijn tweede boek is nog persoonlijker en was daarom ook moeilijker om te schrijven. Ik heb zowel een zoon als een kleinzoon die een handicap hebben. Ik vond het een goed idee om mijn ervaringen daarrond neer te schrijven. Het hele schrijfproces heeft jaren geduurd. Ik ben namelijk meer een dichter dan een schrijfster (lacht). Ik heb mij laten bijstaan door experten en heb schrijfworkshops gevolgd. Dat heeft mij veel geholpen.
Had je een bepaalde doel voor ogen bij het schrijven van je tweede boek?
De oorspronkelijke bedoeling van het boek was om een stem te geven aan mijn zoon en kleinzoon. Ze kunnen zelf niet goed praten, vandaar. Ik besefte echter dat het niet nodig was. Ik wou uiteindelijk de boodschap meegeven: “handicap kan mooi zijn”. Een handicap wil niet zeggen dat je een slecht leven hebt. Het is gewoon anders. Het boek kan ook een bredere levensles zijn: wat je probleem ook is, je kan leven en goed leven. Ik heb mij vele jaren tevreden gesteld met “overleven”, maar je kan je eigen weg vinden en ten volle leven.
Waar ben je trots op?
Er zijn drie dingen: ik ben heel trots op de familie die ik heb. We kunnen bij elkaar terecht. Ik weet dat de dag dat wij er als ouders niet meer zijn, de zus en broers van Florian er voor hem zullen zijn. Daarna ben ik heel trots op mijn boeken en op het feit dat ik durf mijn talenten te gebruiken. En als laatste ben ik trots op mijn verschillende oorsprongen. Mijn moeder is Congolees en mijn vader heeft roots in Nederland en Cabinda (provincie van Angola, dat in de jaren 70 vocht voor haar onafhankelijkheid). België is dan weer mijn adoptieland, iets waar ik ook fier op ben. Ik wil aantonen: zowel mensen met een diverse achtergrond als geen diverse achtergrond zijn oké. We kunnen samenleven met mensen die verschillend zijn. Dik, dun, iedereen is anders.